Zondag 9 april : De Oldehove en het lot van kwetsbaar religieus erfgoed.

0
505
De Oldehove en de Sint Vituskerk omstreeks 1550. Reconstructietekening uit de 19e eeuw. Collectie: HCL

Prof. dr. Sible de Blaauw gaat in op het kerkgebouw als drager van religie en cultuur in een veranderende samenleving. Ook Leeuwarden komt aan de orde. De Blaauw is voorzitter van de Diocesane Commissie voor Kerkinrichting en Kerkelijk Kunstbezit van het bisdom Groningen-Leeuwarden en was tot november 2016 hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Jaarlijkse Oldehove-lezing.
Plaats: Historisch Centrum Leeuwarden / HCL (Groeneweg 1).
Aanvang: 14.00 uur.
Organisatie: HCL.
Toegang: gratis.

Meer informatie:
In deze lezing staat de bijzondere waarde van kerken als cultureel erfgoed centraal. Aan de orde komen o.a. de rol van kerkgebouwen in het stads- en dorpsbeeld, de typische kenmerken van historische kerkelijke interieur ensembles in Nederland, de factoren die een bedreiging vormen voor hun behoud, en de mogelijkheden om hun schoonheid en betekenis ook in de toekomst te blijven genieten. De Leeuwarder Oldehove laat zien, dat kerkelijk erfgoed vooral kwetsbaar is in tijden van ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Omdat steeds minder Nederlanders op regelmatige basis kerken bezoeken, dreigen vooral de interieurs van kerken steeds onbekender te worden. Toch behoren ze tot de belangrijkste bestanddelen van het nationale erfgoed. Door de continuïteit van gebruik, soms vele eeuwen lang, zijn kerkinterieurs getuigenissen van het geestelijke, sociale en politieke leven in vele fasen. Zij zijn cultuurhistorische ensembles van formaat, niet in het minst door de kwaliteit en de veelvormigheid van kunst en architectuur. ”Het kerkgebouw vraagt om herontdekking in het openbare leven.”, volgens De Blaauw.

Prof.Dr. Sible de Blaauw

Prof. dr. Sible de Blaauw was hoogleraar Vroegchristelijke kunst en architectuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij studeerde middeleeuwse geschiedenis in Groningen, promoveerde bij een klassiek archeoloog in Leiden, en werd vervolgens hoofd van de kunsthistorische afdeling van het Nederlands Instituut in Rome (KNIR). Hij vervulde de Van der Meer-leeropdracht voor vroegchristelijke kunst en architectuur. In het bijzonder is hij gespecialiseerd in Rome, de stad waarin het culturele erfgoed van het vroege christendom tot op de dag van vandaag levend gehouden wordt.

Afscheidsrede Nijmegen: http://www.onderzoekschoolkunstgeschiedenis.nl/site/index.php?page=agenda&id=11766&lngg=en